meelopen-of-verdrinken
Meelopen of verdrinken
Gelukkig waren het momenten. Het leven ging gewoon door en meestal probeerde ik er niet te lang bij stil te staan.
Het duurde niet lang voordat mijn broer en ik ruzie kregen. We droegen misschien dezelfde problemen met ons mee, maar gingen er totaal anders mee om. Ik wilde praten en bleef terugkijken. Hij wilde vooruit.
Mijn blik stond op gisteren. Die van hem op morgen.
Dat botste.
De ruzie liep zo hoog op dat ik het huis uit moest. Daar gingen we weer.
Mijn vriendin kon terug naar haar kamer bij mijn tante. Ik trok in bij Nick, haar oudste broer. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik geen andere plek had.
Nick was een doorgewinterde crimineel. Agressief, onvoorspelbaar en vaak volledig losgeslagen. Alcohol leek zijn zuurstof.
Toch gaf hij me onderdak.
Zijn huis had één slaapkamer. In de woonkamer stond een gaskachel op een kale houten vloer. Daar sliep ik iedere nacht, voor de kachel, met alleen een deken.
Vreemd genoeg herinner ik me niet dat ik daar toen een groot probleem van maakte. Ik had warmte, een dak en iets om onder te slapen.
Dat was genoeg.
Iedere dag ging er veel bier doorheen. Niet af en toe een paar glazen, maar structureel. Meestal waren we dronken of in ieder geval flink aangeschoten.
Van regelmaat was geen sprake. Toch gaf de drank me een soort ritme. De roes werd een plek waarin ik kon blijven hangen.
Daar voelde ik niets.
Geen schuldgevoel, geen verdriet en geen lastige gedachten.
Alles werd kleiner zolang ik maar bleef drinken.
Ik zat in een wereld die zich niet aan mij zou aanpassen. Dus paste ik mij aan die wereld aan.
Natuurlijk had ik formeel een keuze. Maar zo voelde het niet. Voor mijn gevoel was het zwerven of bij Nick blijven.
En bij die keuze hoorde zijn manier van leven.
Steeds vaker ging ik mee in zijn regels. Of beter gezegd: in het ontbreken daarvan. Het leven was een feest, wetten golden vooral voor anderen en over morgen hoefde je niet na te denken.
Mijn eigen plannen verdwenen naar de achtergrond. Principes, ideeën en goede voornemens betekenden weinig zolang ik in de roes kon blijven.
Maar een roes beschermt je niet.