Jeugd Lot en Leven
jeugdlotenleven.nl
Voortgang 55% 332 pagina’s · 63 hoofdstukken
📖 Bladeren door de hele websiteZoek in berichten én vaste pagina's.
Archief

Jeugd Lot en Leven. Het boek

De zoveelste poging

Leesfragment uit Jeugd, Lot en Leven
Hoofdstuk 62

De zoveelste poging

Preview

Ik stuurde sollicitatiebrieven. Het maakte me nauwelijks uit wat voor werk het was. Ik vond dat ik als vader voor mijn gezin moest zorgen. Zo had ik het geleerd en zo keek de maatschappij er in die tijd meestal ook naar. De vrouw zorgde voor de kinderen en de man verdiende het geld.

Zo hoorde het gewoon.

En ja hoor, ik kreeg een baan.

Maandag beginnen.

Een aluminiumfabriek.

Mijn taak was eenvoudig. Gaatjes boren in lange aluminium profielen. Hendeltje omhoog, hendeltje omlaag en daarna de profielen netjes op een pallet leggen.

Na minder dan een uur wist ik al hoe laat het was.

Werken met het verstand op nul en de blik op oneindig was voor mij geen succesformule. Mijn lichaam stond in die fabriek, maar mijn hoofd was allang ergens anders.

Voor veel mensen was het misschien prima werk. Voor mij voelde het alsof iemand mijn hersenen in de parkeerstand had gezet. Er was geen uitdaging, nauwelijks afwisseling en vooral ontzettend veel tijd om na te denken.

En als mijn hoofd ergens goed in was, dan was het denken.

Ik begon om me heen te kijken, mensen te observeren en complete verhalen over hen te verzinnen. Alles was interessanter dan gaatjes boren in aluminium.

Tegelijk kwam er enorm veel binnen. Stampende machines, lopende banden, metaal op metaal en mensen die boven het lawaai uit probeerden te schreeuwen. Verderop reed een kraan en boven mij hing een enorm plafond met felle tl-verlichting.

Aan de muur hing een klok die nauwelijks vooruit leek te gaan.

Mijn aandacht schoot alle kanten op. Ik wist niet meer waar ik moest kijken of naar welk geluid ik moest luisteren.

Terwijl ik probeerde me weer op mijn werk te concentreren, voelde ik ineens iemand achter me staan.

De chef.

‘Werk maar rustig door,’ zei hij. ‘Trek je niets van mij aan. Ik kijk alleen even hoeveel je er in een minuut doet. Daar hebben we een vaste norm voor.’

Alsof dat mij gerust moest stellen.

Hoe langer hij met zijn stopwatch achter me bleef staan, hoe slechter het ging. Ik maakte fouten die ik vijf minuten eerder niet maakte. Mijn handen werkten niet meer mee en mijn hoofd schoot alle kanten op.

Dit ging niet.

Ik kon nog maar aan één ding denken.

Weg hier.

En snel ook.

Ik keek hem aan.

‘Weet je wat? Druk dat ding eens in en kijk hoe snel ik mijn jas van de kapstok haal en hier de deur uit ben.’

Ik draaide me om en liep weg.

Op dat moment voelde het als de enige juiste beslissing.

Eenmaal buiten kwamen de twijfel en daarna de spijt. Ik moest naar huis en opnieuw vertellen dat het niet gelukt was.

Einde van dit leesfragment