De mens achter het verhaal
De mens achter het verhaal
Een van de redenen waarom ik Jeugd, Lot en Leven schrijf, is omdat ik in de hulpverlening iets ben tegengekomen waar ik moeite mee heb.
We zijn heel goed geworden in het herkennen van diagnoses, trauma’s en gedragspatronen. Daar zijn protocollen voor ontwikkeld en daar horen behandelmethoden bij. Dat heeft zeker zijn waarde. Maar ergens dreigt daarbij de mens zelf uit beeld te verdwijnen.
Een diagnose vertelt iets over iemand, maar nooit alles. Een gebeurtenis vertelt wat iemand heeft meegemaakt, maar nog niet hoe die persoon dat heeft beleefd.
En juist dat verschil vind ik belangrijk.
Twee mensen kunnen vrijwel hetzelfde meemaken en daar totaal verschillend uitkomen. De één praat er gemakkelijk over, de ander sluit zich af. De één kan iets relatief snel verwerken, terwijl diezelfde gebeurtenis bij een ander jarenlang doorwerkt.
Dat betekent niet dat de één sterker is dan de ander. Het betekent dat mensen verschillend zijn.
Wat voor een buitenstaander misschien klein of onbeduidend lijkt, kan voor degene die het heeft meegemaakt enorm zijn geweest. Daarom vind ik opmerkingen als “Ach, dat valt toch wel mee?” of “Ik ken iemand die hetzelfde heeft meegemaakt en daar helemaal geen last van heeft” zo gevaarlijk.
Daar gaat het namelijk niet om.
Het gaat niet alleen om wat er is gebeurd, maar vooral om wat het met iemand heeft gedaan.
Hoe oud was je? Hoe kwetsbaar was je op dat moment? Wat had je daarvoor al meegemaakt? Was er iemand die naar je luisterde? Voelde je je veilig? Werd je geloofd? Kon je erover praten? En welke betekenis heeft die ervaring uiteindelijk in jouw leven gekregen?
Dat zijn vragen die niet in één standaardprotocol te vangen zijn.
Ik heb zelf verschillende vormen van therapie meegemaakt. Schematherapie, weerbaarheidstrainingen en andere behandelvormen. Daarbij heb ik ook ervaren hoeveel verschil de persoon tegenover je kan maken.
Met de ene therapeut ontstaat vertrouwen en durf je verder te gaan. Met een ander gebeurt dat niet. Dat hoeft niet eens te betekenen dat die therapeut slecht is. Soms passen twee mensen gewoon niet bij elkaar.
Ook dát is onderdeel van therapie.
Een behandeling is geen technisch proces waarbij je aan de hand van een diagnose automatisch de juiste methode kiest. Het blijft mensenwerk.
Daarom zou ik niet willen zeggen dat protocollen moeten verdwijnen. Protocollen kunnen richting geven en zijn vaak nuttig. Maar ze zouden een hulpmiddel moeten zijn, geen gebruiksaanwijzing voor een mens.
Niet:
Deze cliënt heeft dit meegemaakt, dus daar hoort deze behandeling bij.
Maar:
Wie zit hier tegenover mij?
Wat heeft deze persoon nodig? Waar reageert hij of zij op? Waar komt bepaald gedrag vandaan? Waar zit angst, weerstand of verdriet? En wat is er nodig om iemand zich veilig genoeg te laten voelen om werkelijk iets te vertellen?
Voor mij begint goede hulpverlening daar.
Niet alleen bij de vraag:
“Wat is er met je gebeurd?”
maar misschien nog belangrijker bij:
“Hoe heb jij dat beleefd?”
In Jeugd, Lot en Leven vertel ik daarom mijn verhaal vanuit mijn eigen beleving. Niet om te bewijzen dat wat mij is overkomen erger of minder erg was dan wat iemand anders heeft meegemaakt.
Ik vertel wat gebeurtenissen met míj hebben gedaan.
Hoe ik ze heb ervaren. Wat ik voelde. Hoe ik ermee omging. Welke keuzes ik daardoor maakte en hoe ervaringen uit mijn jeugd soms nog tientallen jaren later invloed bleken te hebben.
Een ander met een vergelijkbaar verleden zou misschien een totaal ander verhaal schrijven.
En dat is precies mijn punt.
Een mens is geen diagnose. Geen dossier. Geen vakje.
Achter gedrag zit een levensverhaal.
Wie alleen naar het gedrag kijkt, ziet misschien een probleem dat behandeld moet worden. Wie naar het verhaal én naar de beleving daarachter kijkt, begint te begrijpen waarom dat gedrag ooit is ontstaan.
Behandel daarom niet alleen wat iemand heeft. Leer eerst kennen wie iemand is.
En misschien nog belangrijker:
De ernst van een ervaring wordt niet bepaald door wat een ander ervan vindt, maar door wat die ervaring met jou heeft gedaan.